maandag 5 oktober 2026

 

Dodelijk dilemma

Bij het naar buiten gaan, knijpt de dorpsvriend me in mijn bil. Een venijnig kneepje waarbij hij meer broek dan bil buitmaakt. 'Nu heb je weer iets om over te schrijven,' zo verklaart hij deze ongepaste daad. Tijdens het culikuierdiner bekende hij dat het hem spijt dat hij niet zo goed kan schrijven als ik. Hij heeft zo veel rare dingen meegemaakt in zijn leven waarover hij wel een boek zou willen schrijven. Waarop ik antwoordde dat ik vooral rare dingen met mannen had meegemaakt, zowel vrijwillig als onvrijwillig. En dat ik sinds mijn stabielste relatie niet zo vaak meer schrijf omdat ik niets raars meer beleef op dat vlak. Ik moet het nu hebben van de crematies en begrafenissen. De volgende dag komt de dorpsvriend zijn spijt betuigen voor zijn vrijpostigheid.

Iemand uit mijn vroegere vriendenkring is na een zeer kortstondig ziekbed overleden. Ik ben zo'n twintig jaar geleden uit die kring verbannen vanwege overspel met de partner van een van de vriendinnen. Ondanks dat de partner mij had verzekerd dat het uit was met de vriendin, kreeg ik als vrouw uiteraard de schuld van het overspel. De partner werd vrijgesproken, hoe kon hij weerstand bieden tegen zo'n femme fatale. Mijn toenmalig beste vriendin (ik was háár op drie na beste) beëindigde de vriendschap per mail met de woorden: 'Straks is Bram aan de beurt!' Bram was haar partner, die nog in een relatie zat toen zij iets met hem begon… Toch miste ik haar.

Met de overleden Geert uit de vriendenclub had ik al nooit echt contact, die miste ik dan ook niet. Hoewel uiterst vriendelijk met een permanente benevelde glimlach op zijn gezicht, lukte het me niet om met hem in gesprek te raken. Na de dood van zijn alcoholverslaafde ex had hij de zorg voor zijn dochter liefdevol op zich genomen, gesteund door zijn nieuwe partner. Een nuchtere stadsmeid die niets van alcohol moest hebben, een relatie die door weinigen werd begrepen. Zij had de keuze tussen Geert en de exotische Gino, die rechten studeerde en haar een gouden toekomst beloofde. Ze koos voor Geert. 

Geert was weliswaar een begenadigd kunstschilder, helaas was hij gespeend van elke ambitie. Wel was hij sportief en beklom hij graag bergen. Met zijn stadsmeid kreeg hij nog drie kinderen, die hij als huisman onder zijn hoede nam. Het leven keerde zich tegen hem. De relatie hield geen stand en zijn oudste dochter overleed plotseling. De glimlach verdween van zijn gezicht.

Ooit verraste hij me op een feestje met de vrienden. Ik had net een relatie verbroken, waar ik veel verdriet van had. Hij keek me aan en zei: 'Kloten hè?' Het was alles wat ik op dat moment nodig had, ik voelde me begrepen. Het is mijn warmste herinnering aan Geert. En nu is hij dood. Net zo oud als ik. Geheel volgens verwachting heb ik geen uitnodiging ontvangen en uit mezelf zou ik ook niet naar zijn crematie gaan. Maar dan vraagt een gemeenschappelijke vriend me een dag van tevoren of ik hem wil vertegenwoordigen op het afscheid van Geert. Hijzelf is verhinderd. Het is geen officieel verzoek, meer een voorstel.

Wat nu? Ik ben de vriend meestal graag ter wille, hij heeft geen makkelijk bestaan. Wat een dilemma! Wel vaker heb ik een crematie gecrasht, deze week nog, en het is me eigenlijk altijd in dank afgenomen. Ook ga ik naar crematies van mensen die ik minder goed heb gekend dan Geert. Of zelfs helemaal niet heb gekend. Dan doe ik dit omdat ik de nabestaanden wél ken en wil steunen. Als ik naar de uitvaart van Geert ga, voelt het alsof ik me probeer terug te wurmen in de vriendenkring, die in de loop der jaren überhaupt al een stuk minder vijandig tegenover me is gaan staan. Voor wie zou ik het dan doen? Voor mijn vriend die verhinderd is? Voor de nabestaanden? Zijn kinderen kennen me niet. Wat uiteindelijk de doorslag geeft is de vraag: Zou hij, andersom, míjn uitvaart bijwonen? Ik weet zeker van niet. Dat stelt me al enigszins gerust. Wanneer ik hoor dat de vragende vriend bij de overleden Geert is geweest en al persoonlijk afscheid heeft genomen, staat mijn besluit vast.

Morgen heb ik spijt…