zaterdag 23 januari 2016

Een onbetamelijke tandarts


Afbeeldingsresultaat voor verwardDe vrouw streeft de man in menig opzicht voorbij. Alleen fysiek blijft ze op een kwetsbaar niveau achter. Een behoorlijke weeffout in de evolutie of de schepping, waar je voorkeur ook naar uitgaat. Zo konden op oudejaarsavond groepen mannen de aanwezige vrouwen op het stationsplein in Keulen met ongewenste intimiteiten overweldigen. De uitspraak dat het hier om losgeslagen asielzoekers ging werd al snel kracht bij gezet door het oplopende aantal aangiften dat werd gedaan. In de discussie die hierna ontstond leverde Mounir Samuel een redelijk genuanceerde bijdrage. Hij relateert de gebeurtenis aan de enorme sociale verschuiving. Deze zou ongekende spanningen met zich meebrengen. Ik citeer: `Verward grijpen jongens en mannen, die in veel gevallen geen werk of maatschappelijke positie hebben, naar hun laatste wapens: fysiek en seksueel overwicht. Niet religie of de ‘achtergebleven’ cultuur, maar de snelle opmars van vrouwen (en haar pogingen nu ook meester te worden van de staat en de straat) vormt de echte verklaring voor de groepsverkrachtingen op bijvoorbeeld het Tahrirplein.’ 

In mijn Loesje posterschrijfgroep proberen we spreuken te verzinnen rond het thema seksueel geweld tegen vrouwen. Ik kom niet verder dan: in de cel voor aanranding? Voel je je ook eens in je kruis getast. Een medeschrijfster komt met: massa-aanranding, oorlogskerkhof met een rij anonieme kruizen. Al een stuk sterker. Maar de meest sprekende vind ik: Seksueel geveld. 

Ik denk aan de keren dat ik me zo voelde en met een man het bed deelde en toegaf aan zijn behoeftes omdat ik geen nee durfde te zeggen, of het verschil niet meer zag tussen liefhebben en nodig hebben. Ik denk aan de tandarts.

35 jaar geleden. Ik was net verhuisd naar de Schoolstraat middenin de uitgaansbuurt. Mijn benedenwoninkje met twee slaapkamertjes en gestoorde bovenbuurvrouw had ik geruild voor een grote gekraakte kamer in de binnenstad. Douche en toilet deelde ik met Evert de pokdalige pianist. Om het pokdalen te bestrijden at hij ’s avonds voor het slapengaan twee boterhammen met verse knoflooktenen. Bij voorkeur in mijn kamer, die dan de hele nacht naar knoflook meurde en waarin ik nog moest slapen. Evert droeg dan een grote witte onderbroek van Jansen en Tilanus met een wit hemd erin gestopt. Die outfit had mijn vader niet misstaan. Evert was 22.
Vlak voor mijn verhuizing was ik in de steek gelaten door een geliefde die ik vurig beminde. Die kon de strijd tussen mij en zijn ex niet langer aan en verliet ons beiden. In Het Pakhuis verdronk ik elke avond mijn verdriet. Op een van die avonden trof ik de tandarts, een bijzonder aantrekkelijke, doch enigszins dominante man. Ondanks zijn enorme sex appeal had ik intuïtief altijd afstand van hem bewaard. Die keer dat hij na het sporten tijdens het gemengd douchen uitdagend met zijn erectie naar me wees. En ook die keer dat hij bij mij in bed kroop na een avondje stappen met een wederzijdse homovriend. Toen hield ik me slapend, tot ik ervan overtuigd was dat hij sliep. Ik wist niet hoe snel ik vervolgens bij de homo in bed moest kruipen.
Maar deze avond was ik extra verdrietig. Zwaar ongesteld en dus een laag dopaminegehalte in het lijf. Gretig sloeg ik de biertjes achterover die de tandarts me aanbood. Al keuvelend schuurde hij quasinonchalant tegen me aan. Ik sloeg er geen acht op. Dat deed hij bij alle vrouwen, het was zijn handelsmerk. Ik vertelde hem dat ik net verhuisd was en om de hoek woonde. ‘Laat me je kamer maar even zien,’ stelde hij voor. ‘Als het toch zo dichtbij is.’ Bedwelmd van in alcohol gedrenkt liefdesverdriet nam ik hem mee. Nauwelijks over de drempel greep hij me hardhandig vast. Oog voor mijn kamer had hij niet. Hij zag niet de zonnig glanzende vloer die ik met verf uit de Korenbeurs goudgeel had geschilderd. En niet de ladder naar mijn bed op de zelf getimmerde verdieping. De ladder van mijn Franse ex-buurman die ik zo lang in bruikleen had, dat ik hem voor een verjaardag jaren later alsnog cadeau kreeg. 

Afbeeldingsresultaat voor houten ladderDe tandarts was opgewonden, hij had maar één doel voor ogen. ‘Niet doen,’ protesteerde ik, ‘ik ben ongesteld.’ Alsof een tandarts schrikt van een beetje bloed. Onverschrokken ging hij recht op zijn doel af. Zijn hitsige gehijg was het enige geluid in de kamer, die naar knoflooktenen en gele verf rook. Hij gespte zijn riem los, en zijn gulp volgde. Pardoes sprong het groeiende geslacht uit zijn broek tevoorschijn. De intussen oververhitte tandarts duwde mijn hoofd richting zijn opstand. En voor ik er erg in had werd mijn hoofd ritmisch op en neer geduwd en praatte ik met volle mond. Alleen kwamen ze niet. De woorden die ik had moeten zeggen, die ik had willen zeggen. Dat ik zo verdrietig was en zo alleen. En nog zo godvergeten verliefd. En dat ik enkel een arm om me heen wilde en niet een pik in mijn mond. De woorden kwamen niet. Hij wel. De blanke, welgestelde, hoogopgeleide tandarts.

dinsdag 19 januari 2016

De verlosser


De naam van mijn jongste broer verschijnt in het display van mijn mobiel. Hij heeft me gebeld. Mijn hart slaat over. Op deze leeftijd kan elk telefoontje immers een onheilstijding inhouden. Broer zou het ziekenhuis bellen over de uitslag van het darmonderzoek van onze moeder. Heeft hij slecht nieuws? Slecht voor mijn moeder, of voor ons? Voor iemand die gezond, gelukkig en redelijk helder van geest 91 is geworden kan een naderend levenseinde niet als een complete verrassing komen. `Oh, nu al?’

Het nieuws zal dus vooral slecht voor óns zijn. Als mijn moeder overlijdt, ben ik nl met geen enkele navelstreng meer aan het leven verbonden. Dan heb ik geen generatie meer boven me en geen generatie onder me. Geen partner naast me, en geen God om in te geloven. Wie moet er straks dan trots op me zijn, wanneer ik een mooie column voorlees? Wie gaat me troosten als ik in 6 van die 7 sloten tegelijk ga lopen? Want ik garandeer je, dat blijf ik doen! Wie zet me met beide beentjes op de grond wanneer mijn emoties als ongeleide projectielen weer eens hun doel voorbij schieten? Ik hoor de quasi-therapeutische dooddoener al: `Jijzelf natuurlijk!’ Hah! alsof ik mezelf kan redden.
Lezerscolumn van: zuidg00Gelukkig blijkt het telefoontje uitstel van executie, er is nog geen uitslag van het ziekenhuis. Nog even opgelucht ademhalen en me voorbereiden op het onvermijdelijke. Tenzij ik mijn verlosser, die grapjas met spelprobleem, alsnog tegenkom...

donderdag 24 december 2015

Kerst Bouquetje



Een stevig flesje rood en een flesje wit met fruitig bouquet heeft hij meegenomen. Voor bij de kaasfondue, al wist hij nog niet dat ze dat zouden eten. Hij lijkt wat bedrukt bij binnenkomst en merkt de nieuwe tafel niet eens op. Zelfs niet wanneer hij aanschuift.
`Valt je niks op?’ vraagt Chantal verbaasd. Haar strakke witte tafel heeft ze verruild voor een donker gelakt antiek exemplaar.
`Verrek, ja!’ nadat ze hem erop heeft gewezen.
`Ik moet je wat vertellen,’ zegt ze op samenzweerderige toon.
`Je bent verliefd,’ flapt Lex eruit.
`Ja, op mijn tafel.’ Ze lacht.
Zichtbaar opgelucht haalt hij adem. `Ik zal het nog niet makkelijk vinden als je echt verliefd wordt.’ De bedruktheid is terug.

Bij Chrisitine le Fuck heeft Chantal een setje kerstlingerie gekocht, waarin ze Lex vanavond `te lijf’ wil gaan. In de waan dat haar lichaam er net zo zal uitzien als het model op de verpakking, 55 kilo, stralend strak en glad. Ze scheelt tenslotte slechts een kilootje of 20, een paar huidplooien en wat verwaarloosbare putjes met het wulpse wichtje, dat in verhouding wel een erg groot hoofd heeft. Dat heeft Chantal dan weer niet.
Lex verheugt zich erop dat ze het setje zal showen; haar privé modeshowtjes blijven zelden zonder erotische gevolgen.
Sinds het uit is zien ze elkaar weer regelmatig en delen met onverminderde passie de lakentjes. Het leek Chantal dan ook min of meer vanzelfsprekend dat ze de kerst samen zouden doorbrengen, al is het nog niet ter sprake gekomen. `Wat doe jij eigenlijk met kerst?’ probeert ze daarom voorzichtig. Hij blijkt al besproken te zijn door zijn andere ex in wiens schaduw Chantal zich al jarenlang in allerlei emotionele bochten wringt.

Pt pt pt, pruttelt de kaasfondue vrolijk op de achtergrond, maar haar eetlust is haar vergaan. Stug zwijgend werkt ze zich door de kaasbrij heen terwijl ze naarstig de brok in haar keel probeert weg te spoelen met het ene glas fruitig wit na het andere glas stevig rood.
Lex begrijpt er niets van. `Er is toch altijd nog tweede en derde kerstdag?’
`Ja, als eeuwige reserve zeker.’ De rest van de avond kan ze zich niet over haar teleurstelling heen zetten, hoe Lex ook zijn best doet.
`Zal ik dan maar weggaan?’ vraagt hij ten einde raad, maar dan bedenkt hij zich: `Ik wil je eerst in je kerstlingerie zien.’
`Niet in de stemming,’ bijt Chantal hem toe. 

Op onverklaarbare wijze liggen ze even later toch samen in bed in een walm van verschaalde wijn. Het fruitige bouquet is ver te zoeken. Lex grijpt Chantal beet en trekt haar tegen zich aan. Hoeveel handen heeft hij wel niet, ze zitten overal! Wanneer er eentje tussen haar benen verdwijnt, duwt ze hem weg. Ze kan het niet. Op kerstavond zitten diezelfde handen aan de borsten van zijn ex en tussen háár benen. Dan slaakt hij dezelfde hitsige, behoeftige kreetjes in háár oren. Gadverdamme! 

Na een half doorwaakte nacht, wordt ze wakker in zijn armen. Als Lex niet lag te snurken, lag hij wel te schoppen en te schreeuwen. Hij is nog altijd opgewonden, ondanks zijn nachtmerrie. `Ik droomde dat je me ging verlaten,’ zegt hij en trekt Chantal bovenop zich. `Wil je het alsjeblieft niet uitmaken?’ fluistert hij hijgerig in haar ochtendhaar.
`Uit?’ zegt ze bijdehand, `het is toch niet aan?’ Ze merkt dat haar weerstand nog lang niet is verdwenen.
`Zal ik morgen weer bij je komen?’ vraagt hij nog altijd omfloerst.
`Wat doe je vanavond dan?’ wil Chantal weten.
`Dat doet er niet toe. Ik vind dat we elkaar dat maar niet meer moeten vertellen.’
Ze rolt van hem af, verbijsterd van deze plotselinge omslag. `Doe niet zo achterlijk, met wie heb je afgesproken?’
`Dat doet er niet toe. Dat hoef jij niet te weten.’
Nu is Chantal degene die er niets van begrijpt. Met stemverheffing verzoekt ze hem haar bed te verlaten en op te rotten. Woedend loopt ze naar de badkamer en begint haar haar te borstelen.
Lex mompelt nog iets in de trant van: `Dan stoppen we er toch mee.’
Chantal bedenkt zich niet, spurt de slaapkamer in en slaat met de metalen punten van de borstel ongecontroleerd op hem in. Dan gooit ze haar wapen van zich af en gaat hem met al haar 75 kilo te lijf, maar niet zoals ze voor ogen had toen ze het setje kocht. Wel van zich af meppend, krabbend en stompend. `Klootzak’ schreeuwt ze. Shit, de buren, schiet het door haar heen. Wat moeten ze wel niet van me denken? Het leek zo’n aardige, rustige vrouw, hoort ze ze al tegen elkaar zeggen bij de bitterballen op de buurtkerstborrel.
Lex weert haar af en grijpt haar polsen. `Chantal, hou op, hou op!’ roept hij uit.
Ze ziet de angst in zijn ogen. Wat kan ik hem nou helemaal aandoen? Zo’n sterke jonge man. Pfff. Watje, denkt ze trillend van woede. 

Hij loopt de woonkamer in en kleedt zich aan. Op de bank gezeten steekt hij een hand naar haar uit. Ze pakt hem aan. Hij trekt haar op schoot en begint vertwijfeld te zoenen. Hun remedie voor alle relatieproblemen. Schokschouderend barst Chantal in tranen uit. `We gaan stoppen,’ mompelt ze met hese stem. Ja, knikt Lex. We gaan stoppen.