donderdag 21 oktober 2021

Geen bloemenzee

 


Geen bloemenzee. Had ik wel verwacht, gezien de hedendaagse behoefte ons medeleven met het lot van volslagen vreemden, wereldkundig te maken door bloemen te leggen op plekken des onheils. Een kort nieuwsbericht: Dodelijke val van het Forum in Groningen. Een noodlottig incident. Punt. Hoe kwam die man over die hoge glazen omheining op het dak van het Forum? Dat zou ik willen weten. Was het een monteur die aan de airco werkte en zijn evenwicht verloor? Was het een suïcidale man die met voorbedachten rade van het dak sprong? Maar hoe? HOE? En waarom wil ik het weten? Ik ken hem niet. Ik ken (helaas) geen enkele 45-jarige man meer. Ben ik dan zo sensatiebelust? En ben ik de enige die zich dit afvraagt? 

Dat dit een keer zou gebeuren had ik wel verwacht, maar eerder binnen in het gebouw. Er lopen genoeg verwarde mensen rond. Vanaf de roltrappen, of de verdiepingen sla je zo je been over de leuning en zie dan je evenwicht maar te bewaren. Ook daar zag ik de bloemenzee al voor me.

De dood van de onbekende man hangt als een loden deken om het gebouw. De zoveelste schandvlek in het nog prille bestaan. Dat megalomane, energie slurpende bouwwerk met zijn weinig efficiënte indeling, dat meer weg heeft van een vliegveld of Bijenkorffiliaal dan van een multimediale  ontmoetingsplek. Toch voelt het voor mij als een tweede huiskamer, waar vreemden bekenden lijken. Een lichte opwinding maakt zich van mij meester elke keer dat ik het Forum betreed. Het nodigt mij uit tot lezen, tot zijn. Hier voel ik me niet oud. Hier voel ik mij stadjer.

Enigszins nerveus parkeerde ik de auto in de parkeergarage van het Forum. Ik had geen idee waar het incident precies had plaatsgevonden en was best bang voor de bloemenzee. Zelf heb ik nooit bloemen gelegd voor een onfortuinlijke onbekende, ieder zijn ding. Het is druk, herfstvakantiedruk. Onwillekeurig kijk ik buiten om me heen. Een rood witte afzetting markeert de plek van het fatale incident. Erbinnen zijn de stoeptegels verwijderd. ‘Daar zit een gat in de grond,’ wijs ik Gyp. ‘Hoezo?’ Goedgelovigheid is niet een van zijn sterkste eigenschappen. Op bijna alles wat ik vertel reageert hij met: ‘werkelijk?’. ‘Als mensen van zo’n hoogte vallen, ontstaat er een gat. Reken maar uit, gewicht maal snelheid.' Ik zie Gyp in gedachten rekenen. 

Een keer ben ik getuige geweest van zo’n gat. In Co-op City in New York, waar mijn schoonfamilie woonde. Het was weliswaar opnieuw betegeld, maar er zat toch duidelijk een verlaging in het trottoir onder de 24 verdiepingen tellende flat. De flat van waaruit ik eens op mijn hoofd werd gespuugd. Er landde nattigheid op mijn kruin, en dan denk je: vogelpoep brengt geluk! Nou stond Co-op City niet bepaald bekend om zijn grote vogelpopulatie. Eekhoorns waren er des te meer. Ook gezellig. Ik woelde met mijn vingers door de slijmerige klodder op mijn haar en bracht ze vervolgens naar mijn neus, je wilt het toch zeker weten. Tabak! Getver! Mijn ogen schoten omhoog langs de 24 verdiepingen. Van de dader geen spoor. Die stond waarschijnlijk in zijn vuistje te lachen achter de jaloezieën. De kwak maakte geen gat in mijn hoofd.

vrijdag 1 oktober 2021

Welke kapsels passen bij een oudere dame

 


Nu het beginnend pensioneren langzamerhand vorm krijgt, een vorm waarvoor ik mij lichtelijk schaam; het heeft meer weg van lamstralen dan van het zwierige Zwitserlevengevoel, breng ik veel tijd door op het wereldwijde web van leugens. Als willoos slachtoffer laat ik mij verleiden links met non-informatie aan te klikken. En zo kwam ik op Welke kapsels passen bij een oudere dame? Een vraag die ik mij regelmatig stel, met een kapsel dat langer is dan dat van de gemiddelde 65+ster. Meestal hangt het haar maar wat, een afspiegeling van mijn recente gemoedstoestand. Wel besloot ik afscheid te nemen van mijn pony (die op mijn voorhoofd), dat vind ik op mijn leeftijd echt niet meer kunnen. Gevolg is dat het aangroeiende plukje voorhoofdshaar nu óf voor mijn ogen hangt, óf met een klein knipje aan de zijkant vast zit, wat er kinderlijker uitziet dan die hele vermaledijde pony. Ooit zal mijn pony een paard zijn met een staart…

Welke kapsels passen volgens FB bij oudere dames? ‘Een mooi kapsel kan je gezicht zelfs jarenlang, zelfs decennia lang laten stralen. Omdat het helpt om rimpels te verbergen, de kenmerken van uw kaken opnieuw te definiëren. U kunt uw leeftijd verbergen. ‘Deze 60 chique kapsels helpen je bij het kiezen van de beste look.’ Tijdens het lezen schiet ik meteen in de redacteursstand. Je en u door elkaar als aanspreekvorm. Ergerlijk! Twee keer ‘zelfs’ in een zin! Je gezicht dat zelfs jarenlang, nee zelfs decennialang straalt! Hoezo moet je als oudere dame nog decennialang stralen? Het kan elk moment afgelopen zijn! En dan de meest fantastische eigenschappen die aan de kapsels worden toegedicht! Je kapsel dat je leeftijd verbergt, je helpt kiezen bij de beste look. Bieslook? Of toch knoflook? Wel handig voor de keukenprinsesjes onder ons.

1. De edgy Short Cut

‘De Edgy Short Cut is een van de kapsels die geschikt is voor alle lagen van de bevolking.’ Alle lagen van de bevolking?! Ik wil er toch niet bij lopen als een tokkie?! ‘Het is echter een kapsel waardoor je er wat jonger uitziet.’ Echter? Is jonger niet het hoogste levensdoel van de oudere dame? ‘Dus dit is een kapsel dat voor jou is gemaakt. Omdat maar heel weinig mensen ouder willen worden.’ DUS! Dit kapsel is voor mij gemaakt, omdat het merendeel niét ouder wil worden. Ouder dan wie? Of willen ze geen kinderen? Willen ze dood misschien? Hebben ze ook geen edgy Short Cut meer nodig… En wie zijn die weinige mensen die wél ouder willen worden? En waarom in godsnaam!

2 De stompe A-lijn bob

‘Er zijn kapsels die bestand zijn tegen de grillen van de tijd en de rage.’ Bestand tegen de grillen van de rage, het is bijna hogere dichtkunst. ‘Dit is het geval met de stompe A-lijn Bob-snit. Veel vrouwen vinden het leuk omdat dit kapsel sommige onvolkomenheden in het gezicht helpt verbergen.’ Het moet niet gekker worden! Niet alleen de rimpels en de leeftijd, nu ook nog sommige onvolkomenheden die je kunt verbergen! Wat blijft er nog wél zichtbaar? Die onvolkomenheden die je juist het liefst wilde verbergen zeker. ‘Je weet het misschien niet, maar het zorgt ervoor dat je gezicht er verfijnd uitziet. U zult dus altijd schitterend zijn. maak je er geen zorgen over.’ Verfijnd en schitterend, u en jij, wauw! Wass will das Weib noch mehr?

woensdag 1 september 2021

Lamp te koop


Zo’n dag waarop het niet licht wordt. Verweesde kerstbomen op straathoeken. Te warm gemiezer voor de tijd van het jaar. Vannacht beter geslapen, toch duffer dan gisteren aan het werk gegaan. In de pauze een donderwolk binnen ontvlucht. Buiten loop ik de nieuwe directeur tegen het lijf. `Alweer klaar?’ Meer weet ik niet te bedenken. Zo aardig als ze is, ze intimideert me. Zij herinnert me aan mijn neergaande carrièrecurve. Niets is er op werkgebied van mij terechtgekomen. Talenten genegeerd. Vaardigheden onbenut. Een uitzendslaaf. 16 maanden moet ik nog werken tot mijn pensioen. Ik tel de dagen.

Een foto van het kerkje van Oostum in mijn mailbox. Een bruiloft, 1995, van Theo en Marloes, collega’s en devote hippies. Collega kok Christopher (later geliefde/echtgenoot/ex) aan mijn zij. Een dominee in tweedehands pak voor een white board, een whíte board in dat middeleeuwse kerkje. Alsof hij voor een kleuterklas staat, of een groep consultants. Hij tekent een 8 op dat bord, symbool van allerlei religieuzigheid en van eeuwige trouw, die in dit geval tien jaar zal duren. Dominee zalft op onze zenuwen. Onderdrukt gegrinnik. Hardop vloeken wil ik, in die kerk. Na de dienst champagne. Snel achterover slaan, twee, drie glazen. In de rode Simca scheuren over de provinciale weg, terug naar het werk in Stad.

Vandaag heb ik geen banaan mee naar het werk, die waren op. Wel een plafondlamp. Een witte matglazen jaren 60 lamp aan een chromen hangstang met horizontale streepjes in zwart en rood. De lamp heeft twintig jaar lang niet de prominente plek in huis gehad die hij verdient. Zijn laatste hangplek was de te lage slaapkamer, waar hij regelmatig vervaarlijk heen en weer zwaaide wanneer hij een zwieper kreeg van een mouw of een pijp.

Nu hij zo werkloos op mijn bureau staat, wil ik hem ineens niet kwijt. Waar ik hem heb gekocht, ben ik vergeten. Waarom ik hem kocht weet ik nog wel. Ik vond hem mooi. Ik vind hem mooi. Toch wil ik hem verkopen, daarom staat hij op Marktplaats. Als vertegenwoordiger van een tijdloze ontwerpstroming, die destijds al nostalgisch aandeed, maar nog altijd in de smaak valt bij creatieven en nieuwe rijken. Ik reken mij tot de eerste categorie. Nieuw en rijk ben ik nooit geweest.

Een onbekende, potentiële koper wil mijn hanglamp komen bekijken. Als ik het bezichtigingsadres app, barst hij digitaal in lachen uit. Emoji’s van betraande gezichtjes. Blijkt voor dezelfde organisatie te werken. How are the odds? Ik ga er spontaan Engels van schrijven. De twijfel slaat toe. Wil ik hem wel kwijt, de lamp? Die mooie nostalgische lamp waarvan ik niet meer weet waar ik hem kocht, maar wel waarom. Maar wat moet ik er mee? Ik heb er geen plek voor en vriendlief heeft andere ideeën over mooi. Ik deel mijn twijfel met de koper. Die vindt het al heel bijzonder dat wij collega’s blijken. 'Slaap er nog maar een nachtje over.'

Lamp verkocht.

maandag 15 maart 2021

Jarig

 


Ik zit hier heel alleen jarig te wezen… Nou ja alleen… Sam en Puck, ouwe trouwe chihuahua’s, houden mij gezelschap op deze tweede verjaardag tijdens een lockdown. Uitgerekend in de week voor het grote feest voor mijn 65ste verjaardag vorig jaar, viel in ons land de eerste coronadode en kondigde Rutte de allereerste Persconferentie aan. Handen schudden was toen al verboden. Na die coronadode zegden mijn feestgangers een voor een af. Misschien toch verstandiger… Uiteindelijk besloot ik het hele feest maar af te blazen. Flink balend, dat wel. Het had mij een hoop wikken en wegen gekost om überhaupt tot een feest te besluiten. Die verdomde Vissen ook, die elk hun eigen kant op zwemmen! Op de dag zelf leek het me beter om toch naar het afgezegde Beloofde land te gaan voor het geval ik niet iedereen had bereikt. Een handjevol dappere vrienden sloot zich aan en voor ik het wist hingen we in dat kleine café  dansend om elkaars nek, blèrden we mee met de muziek en ontstond er bijna een heus bargevecht om een pizza. Een hydroscept wilde zich ervan verzekeren dat er geen vis op de pizza zat en stak zijn neus er in, waarop een aangeschoten creatief dat niet normaal vond en smerig en asociaal. Ik sprak ze vermanend toe. Een beter feest had ik me niet kunnen wensen. En niemand kreeg corona.  

Vandaag word ik zomaar 66! Vooralsnog medicijnvrij, wie doet me dat na? Op zich al een reden tot feest. Helemaal ongeschonden ben ik er natuurlijk niet uitgekomen, uit die eerste 66 jaar, waarvan ik mij er zeker 25 tot de beroepsmatige alcoholisten onder ons mocht rekenen vanwege een horecabestaan voor en achter de bar. En met een lichaam dat de laatste 30 jaar al dagelijks zo veel pijn doet dat ik wel eens denk, hoe lang nog? Niet dat ik definitief dood wil, hell no! Maar wat zou ik af en toe graag in een ander lijf willen wonen. Met hetzelfde uiterlijk overigens, daarover hoor je mij niet klagen. Zelfs niet over die hangende dijenvellen, betepelde zakjes en buik vol craquelé waar het melkmeisje van Vermeer een puntje aan kan zuigen. Dat is progressie. En ik heb al een man…

Een paar weken geleden las ik dat er voor fybromyalgie eindelijk een medische oorzaak is gevonden. Iets in de hersenen. Niet langer zo’n vage aandoening – het zal wel stress zijn - voor gevoelige typjes, vrouwentypjes vooral. 30 jaar lang voelde ik mij zo’n typje. Het moest wel psychisch zijn, want een lichamelijke oorzaak voor de pijn werd nooit gevonden. Eureka! Eindelijk erkenning! (De pijn is er niet minder om.)

Toch ook dit jaar geen feest in traditionele zin. Geen dans- en schranspartij, geen cock- en mocktails. Maar wel met een Lang zal ze leven om 6 uur 's ochtends. Zo’n 50 berichtjes via allerlei digitale kanalen. Een turquoise legging van mijn favoriete winkel, het Winkelhuis in Leens. Het rimpelperspectief van Hans Dorrestein met als ondertitel Hoe overleef ik de oude dag? Filmpjes van vrienden wiens gezichten op Wombo AI liedjes zingen, waarvan Vriend zich afvraagt wat volwassenen ertoe beweegt om zich op die manier te profileren. En met mislukte, maar overheerlijke rabarbercheesecake.

donderdag 14 januari 2021

Ochtendrood

 


Wanneer ik het gordijn omhoog rol, ben ik getuige van een felrode ochtendstond. Wauw! En dat na die enorme volle novembermaan gisteravond, het kan niet op! Dit soort cadeautjes beleef je op het platteland toch echt intenser dan in het stadscentrum. Om de hondjes hun eerste plasje van de dag te laten doen, neem ik ze mee de tuin in. Hoe zat het ook alweer, vraag ik me af: avondrood water in de sloot, of juist ochtendrood. De gedachte is nog niet gerijpt of dikke regendruppels brengen uitkomst. 
Hond Sam test met één pootje het berijpte gras en durft het aan de rijp plaatselijk geel te kleuren. Hond Puck poept intussen in de tuin van de buren. Ruim ik straks wel op. Als ik eraan denk. Beide hondjes draaien om en rennen enthousiast terug naar huis. Eten! Warm! Droog!

Op mijn mobiel wacht een chatbericht van grote halve broer Malgras op reactie. Hoe het leven staat in de Pool van de Draslanden, wil hij weten. Sinds hij in Genève woont noemt hij zijn geboorteland geringschattend de Draslanden. Hij kan het niet helpen. Zijn opa, die boekhouder was op een onbeduidend kantoor, liet de familienaam veradelijken door 'de Montigny’ erachter te plakken.  

Terwijl ik een snedig antwoord probeer te bedenken, belt mijn moeder mij per ongeluk via de videochat. Stomverbaasd neem ik op. Moeder is al net zo verbaasd en wil meteen weer ophangen. Ze had een gemiste oproep op haar Ipad gezien en zomaar ergens op gedrukt. `Wil je niet met me praten dan?’ vraag ik quasi teleurgesteld. `Jawel, maar ik snap niet hoe dit werkt.’ Toch krijgt ze het voor elkaar om de camera aan te zetten en kan ik haar mijn laatste creaties laten zien. Sinterklaassurprises. `Ik doe niet aan Sinterklaas hoor,’ zegt ze. ‘Dus je hoeft niets te kopen. Kom ook maar niet langs, want ik weet niet wat ik onder de leden heb. Straks steek ik je nog aan.’ Ze is zo moe. Zo verschrikkelijk moe. En al zo lang. `Je hebt de dood onder de leden,’ antwoord ik en schrik van de hardheid van mijn eigen woorden. Hoe waar ze ook zijn. `Nou, hij hoeft nu nog even niet te komen hoor.’ Vorige week nog moest ik maar niet zo oud worden als zij. Ze beleefde niks meer, zat alleen maar in haar stoel. Te zitten. Te wachten. Op bezoek dat niet kwam. En nu hoeft ze nog niet dood. Het kan blijkbaar nog altijd verkeren. `Als hij maar niet besmettelijk is,’ probeer ik het luchtig te houden. Maar dat is de dood niet volgens haar en zij kan het weten. Iedereen om haar heen is heengegaan zonder haar aan te steken. En het is een wonder dat ze op haar leeftijd al haar kinderen nog heeft… Knock on wood.

Aan grote halve broer meld ik dat het ochtendrood zo mooi was en de maan zo vol. Daar heeft hij vast niet van terug, met zijn Geneefse Alpjes voor de deur.

vrijdag 25 december 2020

Wandelen met ezels

 

Hoeveel slaappillen heb je er eigenlijk voor nodig, vraagt Maria zich af. Geschrokken houdt ze haar adem in. Het is een even rustgevende als verontrustende gedachte. Moet ze nu een hulplijn bellen voor mensen met suïcidale gedachten? Waar googelt ze dan op? Hulp bij zelfdoding? Ze wil geen hulp, ze wil af van die destructieve gedachte, voordat hij de kans krijgt wortel te schieten. Het is niet de eerste keer dat Maria zo’n gedachte heeft. Ze herinnert zich een stormachtige dag in november, jaren geleden. Om welk dieptepunt het toen ging, weet ze niet eens meer. Ten einde raad was ze op de fiets gestapt en beukte ze tegen de storm de provincie in. Doelloos. Tranen vermengden zich met striemende regen. Het landweggetje waarop ze haar helletocht aflegde, liep parallel aan de snelweg. Bij een viaduct aangekomen stopte ze. Hoe zou het voelen om hier af te springen en onder een voorbij snellende auto op slag van alle levenspijn verlost te worden, schoot het door haar heen. Ondanks haar licht autistische inslag, is ze niet helemaal gespeend van empathie. Ze kon het de nietsvermoedende automobilist niet aandoen haar verlosser te zijn. Gelouterd door deze ervaring keerde ze terug naar huis. Met de wind in de rug.

De laatste destructieve gedachte komt op vlak voor de kerst, wanneer weer eens pijnlijk duidelijk wordt dat ze op geen enkel prioriteitenlijstje hoog scoort. Niemand heeft haar uitgenodigd voor een diner, een brunch of zelfs maar een spelletjesavond. En dat terwijl de coronamaatregelen juist voor de kerst versoepeld zijn. Wat heeft het leven dan voor zin? Eigenlijk is er maar een ding dat haar kan verlossen. Een partner! Dus in plaats van de hulplijn te bellen, schrijft ze zich tegen beter weten in maar weer eens in op een datingsite. Digitaal daten is tenslotte coronaproef.

Omdat ze niet het type is dat zich bevallig op een berenvel voor de open haard neervlijt met een glas rondborstige rode in de ene, en een goed boek in de andere hand, en stofzuigen tegenwoordig haar sportiefste prestatie is, besluit ze er niet omheen te draaien en de naakte waarheid over zichzelf te vertellen. Dat scheelt een hoop draaikonterij bij een eventuele kennismaking.

Maria’s profiel:

`Hoge pieken, diepe dalen. Dat is mijn leven. Verwacht dus geen rustig vaarwater met mij. Labiel, en een laag zelfbeeld. Grenzen die makkelijk overschreden worden. Jaloers, verlatingsangstig, grillig en licht autistisch (wie niet?). Maar ook veerkrachtig genoeg om uit elk diep dal te klauteren. Creatief, hartstochtelijk, zorgzaam en vol zelfspot. En ik kan van je houden zoals niemand anders kan. By the way, ik sta hier niet om gered te worden, maar om mijn leven te verrijken met mensen die ik in het dagelijks leven niet zou tegenkomen.’

Dat laatste is natuurlijk een leugentje om bestwil. Ze wil niets liever dan gered worden, vandaar deze hele exercitie. Haar mooiste foto zet ze erbij. De foto waarvan haar moeder beweert dat het Maria niet kan zijn, omdat die vrouw op de foto veel knapper is. Weldra druppelen de reacties binnen, van mannen die niet bepaald op háár prioriteitenlijstje voorkomen. Zo niét haar types. Bovendien herkennen ze zich in haar profiel, dat moeten we niet hebben, twee van die getormenteerde zielen bij elkaar. Wie moet wie dan redden? Eén reactie springt eruit. Van ene Gerrit.

`Je ziet er redelijk goed uit, maar de ellende is van je gezicht af te lezen. Je zoekt geen redder? Geloof je het zelf? Je zoekt wel degelijk een redder, voor 1 of 2 jaar. Daarna kan hij weer zijn verdriet gaan verzuipen. Gelukkig ben ik ouder en wijzer, al heb ik zielsveel van instabiele vrouwen gehouden. 

JE BENT EEN GEVAAR VOOR GOEDWILLENDE EN EENZAME MANNEN.

Wees je daar alsjeblieft bewust van. En heb mededogen met hen. Sterkte op je zoektocht naar een man die jonger, maar vooral wijzer is dan ik.’

Maria bedankt Gerrit voor zijn eerlijke reactie en zegt dat deze waarschijnlijk meer met hem dan met haar te maken heeft. Daar heeft hij geen (kerst)boodschap aan. Toch begint er iets te knagen. Wat als hij gelijk heeft? Haar track record aan gebroken harten liegt er niet om. Misschien kan ze haar heil toch beter niet bij een partner zoeken.

De laptop piept. Er is nog een reactie binnengekomen. Een man zonder naam, maar mét mondkapje, kijkt haar vanaf zijn profielfoto indringend aan. Op het mondkapje staan twee enorme zwarte vochtige neusgaten afgebeeld. Er onderuit piept een heuse hipsterbaard. Ze scant het profiel.

Beroep: ambachtelijk werkende timmerman.

Hobby’s: kerststallen bouwen en wandelen met ezels.

Hoewel Maria niet zo gecharmeerd is van die baard, dat haar mag ook wel wat korter, wordt ze toch een beetje warm van binnen. Of het die vreemde hobby is, of die indringende blik, ze weet het niet. Voor haar doen zeer spontaan, nodigt ze hem meteen uit voor een ontmoeting. Als ze de kerst niet alleen wil doorbrengen, moet ze nu actie ondernemen. De man die zijn naam (`nog even’) verborgen  wil houden, reageert enthousiast en stelt voor elkaar diezelfde dag nog te ontmoeten. De cafés zijn net weer open, maar hij wil buiten afspreken, hij geeft de voorkeur aan een wandeldate. Onder de buste van Aletta Jacobs in de Oude Kijk in ’t Jatstraat? Of op het terras van het Pomphuis? Maria kiest voor het laatste.

Iets over tweeën, ze heeft moeite met op tijd komen, nadert ze de afgesproken plek. Daar staat de man zonder naam en nu ook zonder mondkapje. Naast hem staat een kleine grijze ezel met een zwarte streep op zijn rug. Ze herkent de neusgaten van het mondkapje. `Dag Maria,’ zegt de, in het echt verrassend knappe man. `Ik ben Jozef.' En hij steekt zijn hand naar haar uit, het mag weer. 'Bethlehem dan maar?’

maandag 7 december 2020

Niet van hier

 

Voor mij uit fietst een vrouw met een korte grijzende coupe van het type, ’s ochtends geen werk van. Bij de aanblik van een wachtrij op de stoep van een bekende Zwolse banketbakkerij, roept ze joviaal: 'Gelukkig is het mooi weer!’ Een wachtende man kijkt verbaasd op van zijn mobiel.

Ik kom bij mijn moeder vandaan. Waarschijnlijk ben ik de enige die haar in coronatijd nog aanraakt en kust. `Nou én, als ik ziek word en doodga,’ zegt ze stoer. Hoewel ik stiekem denk dat ze het ook wel een beetje meent. Steeds vaker begroet ze me met de woorden `je moet niet zo oud worden als ik hoor…’ 96 is ze. Het staat met grote oranje letters op het raam geplakt. Mijn moeder maakt zich zorgen of ik wel genoeg oranje papier over heb om op 2 april 2021 de zes door een zeven te vervangen.

De vrouw rijdt voor me uit in de richting van het station. De mantelzorg voor mijn moeder zit er voor deze week weer op. Ik ga naar huis. Met de trein. De laatste keer dat ik met de auto naar Zwolle ging, kreeg ik al rijdend een paniekaanval. Met frisse tegenzin was ik al aan de rit begonnen; slechte nachtrust en stromende regen. Dan weet je het wel… Toen ik in Heerenveen de afslag Zwolle miste en door moest rijden naar Joure, kroop er een tinteling in mijn lijf die bezit nam van mijn gezond verstand. Mijn hart bonsde onregelmatig in mijn keel en o mijn god wat moest ik ineens nodig poepen. Die twee hoorden sinds kort bij elkaar, poepen en paniek. Nog nooit was ik zo blij een gele M in de grijze lucht te zien. De redding was nabij.

Het bloed gierde intussen door mijn aderen toen ik de Mac Donalds binnen wankelde. Panisch keek ik om me heen. Het restaurant was alleen open voor afhaal, maar daar was blijkbaar niemand van op de hoogte. Er was geen kipnugget te bekennen. Van de medewerkster, die kon fluiten naar de titel medewerker van de maand, mocht ik alleen van het toilet gebruikmaken als ik iets bestelde. Het dreigde mij dun door de broek te lopen en het gevoel ter plekke ineen te zakken werd met de seconde sterker. Een flesje water, Snel!

Na de ontlading en met een plastic zakje om in te ademen, belde ik mijn moeder af, keerde ik om en reed trillend terug naar huis. Daarom ben ik nu met de trein.

Op het Ter Pelkwijkpark draait de vrouw met de makkelijke coupe zich naar me om. `Weet u de Van Lierstraat?’ De naam komt me niet bekend voor, ik moet haar teleurstellen. `Weet u dan misschien makelaar Van der Velde?’ Ook nu gaat er geen lampje branden. `Waarom niet?’ vraagt de vrouw ongegeneerd. Ik begin te vermoeden dat ze niet zonder meer joviaal is. `Ik ben niet van hier,’ lieg ik om er vanaf te zijn. Ik ben wel van hier. Maar toch ook niet. Al ruim 47 jaar niet. `Waar ben je dan wel van?’ Wil ze ook nog weten! `Van Groningen,’ roep ik. Als dat haar niet met stomheid slaat… Maar mevrouw heeft nog een wijsheid in pacht. `Je bent niet van Groningen, je bent van jezelf!’ zegt ze vergenoegd grijnzend. Daar valt weinig tegenin te brengen, behalve dat ik vooralsnog ook nog altijd een beetje van mijn moeder ben.