maandag 24 april 2017

Zon op het balkon



Mevrouw P vloekt hardop in zichzelf. Ze schrikt van het geluid. Al een paar dagen heeft ze niet gesproken. Ze had geen boodschappen nodig en er is niemand langs geweest. Geen kinderen, geen buurvrouwen, geen thuishulp. `Godverdomme,’ vloekt de 92-jarige vrouw nogmaals. Haar vloek blijft hangen boven de half gedekte keukentafel waaraan ze de Volkskrant zit te lezen. Ze neemt de moeite niet meer om de hele tafel te dekken, ze eet toch altijd alleen. `Die verrekte paus heeft al jurken genoeg. Krijgt ie voor miljoenen niéuwe jurken. Het is toch schandálig.’ Ze vindt geen gehoor bij de basilicum die in een sierpot tegenover haar staat te geuren. Ook niet bij de opengeslagen agenda waarin nog slechts een enkele verjaardag staat. 

Een gesprekspartner op niveau, iemand om haar intellect te voeden, dat mist ze het meest. De buurvrouwen zijn lief hoor, maar een goede inhoudelijke discussie kun je er niet mee voeren. En dat wil ze zo graag. Haar mening spuien over alle ellende in de wereld. Dan heeft ze tenminste het gevoel dat ze meetelt. Want dat voelt ze al jaren niet meer. Maar ze vindt er nog wel iets van, van al die ellende.

Over de krant heen ziet ze op het balkon de twee jonge duiven rondscharrelen. De witte met hier en daar een grijs veertje, en de bruine. De afgelopen winter nestelden moeder en vader duif onder de opgeklapte tuinstoelen. Mevrouw P vond het gescharrel van de gevederde vriendjes in de wintermaanden wel gezellig. De beesten brachten licht in de duisternis van december. Ze zag ze uit de eieren komen en onder de struif de eerste wankele pasjes zetten. Dat vertederde haar, al baalde ze wel van de laag uitwerpselen waarmee het balkon werd bedekt. 

Zelf heeft ze vijf kinderen grootgebracht. Een echte moederkloek is ze desondanks nooit geworden. Ze vond het gewoon fijn om zwanger te zijn. Dat er nog 18 jaar verantwoordelijkheid aan elke telg vastzat, daar stond ze niet bij stil. Zelfs na de vierde nog niet. Toch nam ze die verantwoordelijkheid zonder klagen. Klagen doet ze eigenlijk nooit. Ze is van voor de oorlog. 

Ik bel goddomme de kerk, denkt mevrouw P vastbesloten haar gram te halen. Uit een oud telefoonboek haalt ze het nummer van de eerste de beste katholieke kerk. `Zeg, waarom heeft die paus van jullie eigenlijk nieuwe jurken nodig? Hij heeft jurken zát!’ De totaal overrompelde pastoor weet zich geen raad met deze kritiek en mompelt iets over versleten en representatief. `Geef dat geld liever aan de missiezusters in Afrika, die hebben het hard nodig!’ De devote ambtsbekleder kan dit slechts beamen, er iets aan doen kan hij echter niet, hij heeft geen vinger in de Vaticaanse pap. 

Ondanks het verkeerslawaai zit mevrouw P graag op het balkon, het is haar enige buiten en met haar ogen dicht waant ze zich in haar geliefde Provence. Daar beleefde ze de mooiste momenten van haar leven met haar grote liefde, de vader van vier van haar kinderen. Na de winter heeft ze een net laten spannen op haar balkon om de duiven te weren. Het net is provisorisch vastgemaakt; de jonge vogels vinden moeiteloos een gaatje om terug te fladderen naar het nest. Vandaag schijnt er een veelbelovend voorjaarszonnetje op het pas van duivenstront ontdane balkon.

Maar half bevredigd legt mevrouw P de hoorn neer. `Dit heeft geen zin, er luistert toch niemand naar mij, een afvallige,’ moppert ze. Ooit was ze door schoonfamilie gedwongen toe te treden tot de katholieke kerk. Maar nadat de vader van haar eerste kind op veel te jonge leeftijd verongelukte, wist ze niet hoe snel ze weer moest uittreden. Haar oog valt op de witte duif die tussen de verdorde geraniums foerageert. Nog verbolgen over de dure jurken van de paus opent ze de balkondeur en zwaait vervaarlijk met haar armen. `Ksssjt, roept ze naar het jong. `Kssssjt!’ Het beestje vliegt op en in een impuls grijpt mevrouw P hem uit de lucht. Ze voelt hoe de adrenaline door haar aderen pompt. `Kgggk,’ klinkt het plotseling. 

Over de duivenoogjes trekt een doffe waas, het koppie hangt als een geknakte tulp langs het verstilde lijfje. Verbaasd over haar moordlust, maar met een zekere voldoening kijkt mevrouw P naar het levenloze wit met grijze hoopje in haar handen. En nu? In de vuilnisbak ermee. Opgeruimd staat netjes. Hadden ze maar niet moeten terugkeren op het nest om het zomerklare balkon onder te schijten. 

`Gij zult niet doden,’ schiet het door haar heen. Er speelt een satanisch lachje om haar lippen.

maandag 23 januari 2017

Knipoog van Obama




‘Obama is having his birthday party here,’ vertelt een voorbijganger ongevraagd. ‘Right here at the Steakhouse.’ Ik kijk om me heen en zie ineens overal cameramensen en nieuwspresentatoren. Hoe kon dat me nou ontgaan zijn? Een onsamenhangende groep locals en toeristen verzamelt zich voor de trap van het State House, een modern kantoorgebouw in downtown Boston. In de perkjes op het bordes staan verkiezingsborden met ‘Obama for president’. En bovenaan de trap staan een paar onvervalste men in black. In het publiek gonst het; ‘He is coming out!’ Dat wil ik niet missen!

In 1995 heb ik Clinton al eens bijna aangeraakt. De toenmalige president was in Rotterdam voor de viering van 50 jaar Marshallplan. Alle in Nederland wonende Amerikanen waren uitgenodigd. Zo ook Kris. Gratis haring en jenever, daar zegt een expat geen no tegen. De festiviteiten vonden plaats bij hotel New York, ooit het bolwerk van de Holland Amerika lijn. Tot onze verbazing liepen we er Dana en Marijke tegen het lijf. Kris en hij woonden bij elkaar om de hoek in de Indische buurt, maar zagen elkaar aan voor Surinamer. Vriendschap tussen twee in Groningen bivakkerende Amerikanen, ontsproten aan 50 jaar Marshallhulp.
                                                                                                      
Clinton sprak charismatisch en of je wilde of niet, je was starstruck. Je wilt zo iemand geen bovenmenselijke eigenschappen toedichten, maar oog in oog met de machtigste man ter wereld voel je je wel heel klein en gewoontjes. De president liep op enkele meters afstand langs ons heen. Het was dat hij werd afgeschermd door een cordon van bodyguards, anders had ik de verleiding niet kunnen weerstaan hem aan te raken. Ik begreep Monica wel, de man genereerde feromonen of het Cupido’s pijlen waren.

Rond de tijd van het Lewinsky schandaal gaven Kris en ik een paasfeest. Voor de uitnodiging tekende ik een cartoon met daarop Clinton in boxershort met Stars and Stripesprint. Zijn bont gekleurde ballen bungelden buiten de boxer en voor zijn open gulp hield hij een vrijheidsbeeld. Voor hem geknield zat Monica Lewinsky met een penseel in haar mond zoals je een roos tussen je tanden houdt. In Clintons tekstballonnetje stond: `All she did was mouthpaint my eastereggs...’

Ook de fysieke nabijheid van Obama windt me op. Onopvallend posteer ik me in de menigte. Zo leer ik dat Obama een fundraiser houdt in het State House waar hij zijn 47ste verjaardag viert. In intieme kring met slechts 825 genodigden, die uiteraard wel moeten betalen voor zijn partijtje. Prijzen variëren van 1.000 tot 15.000 dollar, maar voor dat laatste bedrag mag je bij hem aan tafel en op de foto met de Birthday Boy. Op de vraag wat hij voor zijn verjaardag wil hebben, antwoordde hij: ’Indiana, Collorado and Virginia.'
Een wat gezette Hillary look a like houdt theatraal een fluoriserend geel bord omhoog met ‘Selected, not elected’ erop. Met een sticker op haar borst stelt ze zich voor als Puma. Ze is tegen Obama en hoopt dat hij ontmaskerd wordt zodat Hillary back in the race is. Tegen overduidelijke Obama fans sist ze: ‘shame’ in hun gezicht. Dit wordt haar niet door iedereen in dank afgenomen. Een nichterig (of mag dat niet meer?) olijke Indiër jut de menigte op om in koor ‘Obama Obama’ te roepen. Puma wordt boos. Bij de korte schermutseling die volgt, sneuvelt haar bord. Even later staat de olijke nicht met zijn eigen kartonnen bord naast haar. ‘Idiot’ staat erop met een pijl richting Puma. Is dit soms doorgestoken kaart?

De lijfwachten zijn naar binnen, de cameramensen weg. Het gonst dat Obama is vertrokken. Dan heb ik hier ook niets meer te zoeken. Bij metrostop Haymarket hoor ik loeiende sirenes. Vijf politiemotoren gevolgd door geblindeerde zwarte SUV's scheuren de bocht om. In een van de wagens zit een donkere man achter een open raampje. Hij knipoogt naar me. Did I, Tjitske Antje Willemina Zuiderbaan just see Mister Barack Obama wink at me?

woensdag 21 december 2016

Een kerstvertelling



Het authentieke pakhuisje dat Magda had gekocht in de Hoekstraat bevond zich tegenover twee drukbezochte peeskamertjes. In de ene zat een rondborstige jonge vrouw, type Zeeuws Meisje. Ze was weinig spraakzaam, behalve die keer dat een klant spontaan over haar heen begon te plassen. Toen wist ze haar mondje wel te roeren. Tierend en vloekend zette ze de perverse klant op straat. Naast haar zat de Tsjechische Brunhilde, met recht een ouwe hoer. De 60 ruim gepasseerd, maar nog altijd gekleed in meisjesachtige outfits met bijpassende strikjes in het haar. Voor klanten met een schoolmeisjesfetish was ze geknipt, al moesten ze wel door de rimpels heen kijken. Brunhildes parmantige Pekineesje zat, met een uniseks strikje op zijn kop, tussen de dildo’s in de vensterbank zijn territorium te bewaken. Klanten die hem niet aanstonden keek hij de deur uit. Klein als hij was. Bij klanten die van pottenkijkers hielden speelde het beestje het spel met frisse tegenzin mee. Toen de prostitutie uit het A-kwartier verbannen werd, gaf Brunhilde haar pas aangeschafte werkbed aan Magda. Het kraakte en was dus niet geschikt voor `ze bizniz’. Hoeveel klanten ze er al op had afgewerkt, vertelde ze er niet bij. 

Het betrof een metalen ledikant met spijlen aan hoofd- en voeteneind waaraan je een handboei of twee kon bevestigen. Dat was echter nog niet in Magda opgekomen. Als er in elke vrouw een madonna en een hoer schuilt, dan was haar madonna het sterkst ontwikkeld. Toch had ze als variant op `kamperen bij de boer’, `slapen bij de hoer’ bedacht voor de herinrichting van de Hoek- en Muurstraat. De voormalige peeskamers werden in oude luister hersteld en per nacht verhuurd aan stellen die hun liefdesleven wilden opkrikken. Of aan toeristen die de tolerantie van Nederland ten opzichte van seks, drugs en rock en roll wel eens aan den lijve wilden ondervinden. De ervaringsdeskundige Brunhilde hield dan Teddy Talks over het oudste beroep van de wereld. Die lardeerde ze met sappige anekdotes over bijvoorbeeld die keurige klant in driedelig pak, die elke donderdagavond klokslag acht uur langskwam, wanneer zijn vrouw Goede tijden slechte tijden zat te kijken.

Op een avond in februari avond vond Magda bij thuiskomst van een vergadering met het buurtcomité een ogenschijnlijk bewusteloze jongeman op haar stoep. Naast zijn hoofd was de sneeuw rood gekleurd. Net toen ze 112 wilde bellen opende de donkergetinte man zijn ogen en keek haar glazig aan. `Maria’,  prevelde hij en zakte weer weg. `Ik ben Maria niet. Wat is er gebeurd?’ vroeg Magda bezorgd. De gewonde jongen rilde over zijn hele lichaam. `Je moet naar binnen, kun je opstaan?’ vroeg Magda. Ze hielp hem overeind en leidde hem haar huis binnen, waar ze hem op het voor ze biziniz afgekeurde bed legde. `Hoe heet je? Waar woon je? Moet ik iemand waarschuwen?’ vroeg ze terwijl ze zijn schoenen en jas uittrok. `Zjozjuf,’ lispelde de jongen met dubbele tong en zonk in wat leek een diepe slaap. Magda luisterde naar zijn ademhaling, die was regelmatig. Gelukkig. Met een nat washandje depte ze Zjozjufs linkerwang. Daar zat een flinke schaafwond op. De jongen merkte er niets van, hij sliep zijn roes uit. 

Er zat niets anders op dan dat Magda het bed met hem zou delen. Behoedzaam kroop ze onder het dekbed om hem niet wakker te maken. Ze sliep onrustig en durfde zich nauwelijks om te draaien. Tegen de ochtend werd Zjozjuf wakker. Vervuld van dankbaarheid streek hij Magda over haar wang. Ze was eigenlijk best mooi. Ondanks zijn kater stroomde het bloed naar zijn lendenen. Magda werd wakker van zijn bewonderende blik en omdat ook zij zo haar (onvervulde) behoeftes had, liet ze hem onder het dekbed. Even later kraakte het dat het een lieve lust was... En Zjozjuf kreeg waarvoor hij, weliswaar een jaar te laat, naar de buurt was gekomen. Maar met een tederheid waarvan hij nooit had durven dromen. 

Twee maanden daarna bleek Magda zwanger. Zjozjuf, de gevluchte en dakloze timmermansleerling uit Somalië had ze niet meer gezien sinds die nacht in februari. Toch besloot ze het kindje te houden. `Slapen bij de hoer’ was als project aangenomen door de gemeente en zij was als projectleider aangesteld. Als ze haar troeven goed uitspeelde, kon ze wel eens de gastvrouw van de peeskamertjesverhuur worden. 

De eerste echo wees uit dat het een meisje was. Magda noemde het alvast Lena, naar haar overovergrootmoeder. Lena ontwikkelde zich voorspoedig en was al in een pril stadium hoog sensitief. Zo volgde zij vanuit haar veilige warme holletje het wereldnieuws. Het overlijden van Leonard Cohen raakte haar diep, haar moeder draaide vaak muziek van hem. Soms danste ze dan door de kamer waardoor het groeiende vruchtje aangenaam heen en weer werd gewiegd. Tegen de tijd dat ze geboren moest worden volgde de kleine Lena de Amerikaanse presidentsverkiezingen op de voet. Onbeschrijflijk was haar teleurstelling toen Trump als grote overwinnaar uit de (stem)bus kwam. Ze vreesde voor het opkomend populisme, ook in Nederland, en zette vastberaden haar hakken in het vruchtwater. In een wereld die door het kwaad geregeerd werd, wilde zij niet geboren worden, sorry mama. 

Twee weken na de uitgerekende datum was er nog altijd geen sprake van ontsluiting. Lena bleef zitten waar ze zat. Omdat Magda per se een natuurlijke bevalling wilde, weigerde ze alle weeënopwekkers. Maar tijdens de Winterwelvaart stond ze zichzelf wel een glaasje glühwein toe waarvan het vruchtje Lena spontaan de hik kreeg. De hik werd chronisch en ze hikte en hikte maar door, tot... op kerstavond de bel ging. Magda waggelde naar de voordeur en daar stond Zjozjuf met een zelf getimmerd kerststalletje in zijn handen. Hij wilde zijn barmhartige Samaritaanse bedanken voor de onvergetelijke nacht in februari, maar toen hij de hikkende toeter op Magda’s buik zag, liet hij van schrik het handwerkje vallen. Magda zag hem in gedachten rekenen. Het kon niet van hem zijn, daarvoor was die bewuste februarinacht te lang geleden. Plotseling klonk er een knal, en nog een. De aarde onder hun voeten beefde. Glaswerk rinkelde in de kasten. Intuïtief greep Zjozjuf Magda’s hand en trok haar naar buiten en tegen zich aan. `Het is van jou,’ zei Magda zacht. `Het kindje is van jou.’ `Echt?’ vroeg Zjozjuf ongelovig, maar al snel straalde zijn gezicht van oor tot oor.

De hik stopte even abrupt als hij was begonnen en Lena besloot dat het tijd werd geboren te worden. Ze moest haar vader beschermen tegen aardbevingen en oprukkend populisme. Als er een hek om Nederland was gebouwd was zij tenslotte nooit verwekt. Met haar knuistjes scheurde ze de vliezen en ze baande zich een weg naar buiten. Tussen de voeten van Magda smolt de sneeuw in het zachtrode schijnsel van de peeskamertjesverlichting, en Zjozjuf was eindelijk thuis.