vrijdag 23 oktober 2015

Verkering met Wim Brands



`Ik word donderdag geëuthanaseerd,’ zegt een vermoeide mannenstem aan de andere kant van de lijn van het callcenter. Een koude rilling trekt over mijn rug. `Ach,’ verzucht ik geschokt, `wat vreselijk voor u.’ `Tja, het is niet anders,’ reageert hij gelaten. `U overvalt me,’ beken ik. De onbekende klant heeft begrip voor mijn ongemak. `Mensen weten niet zo goed wat ze tegen me moeten zeggen, dat begrijp ik wel.’ Nu stelt hij mij nota bene gerust, terwijl hij degene wiens lot bezegeld is. Het is dinsdag, twee dagen voor zijn dood. Of hij donderdag zijn inkomstenformulier nog moet insturen, wil hij weten. Hij wil alles goed geregeld hebben.

Regelmatig kijk ik op zondagochtend naar het VPRO-programma Boeken met presentator Wim Brands, een sympathieke gastheer met respect voor zijn gasten. Op de zondag na de euthanasie van de onbekende klant, treedt Wim op in het kerkje van Leegkerk. Het publiek bestaat voornamelijk uit grijze duiven. Als ik mijn haar niet verfde, was ik een van hen. Intellectueel Groningen is goed vertegenwoordigd in het sfeervolle godshuis waarin tegenwoordig culturele evenementen plaatsvinden. Voor wie in cultuur gelooft. 
Wanneer hij gehaast komt binnenvallen, bots ik bijna tegen Wim op. Met mijn mond plotseling wel erg vol tanden, onderdruk ik de neiging hem te groeten. Zijn nabijheid maakt verlegen. Niet in de laatste plaats door zijn fysieke verschijning. Hij ziet er een stuk beter uit dan op tv. Beweegt zich ook anders. Energieker. Op het scherm oogt zijn gezicht ietwat week, door het felle studiolicht. En zijn mond heeft dan meer weg van een soepel snaveltje dan van de mond die ik nu spontaan zou willen kussen.

In de gegevens van de onfortuinlijke klant lees ik dat hij van 1956 is, een jaar jonger dan ik! Hij blijkt wettig gescheiden. `Ik ben alle instanties aan het bellen, om de zaken goed achter te laten. Moet ik verder nog iets doen?’ `We krijgen uw overlijden door van de gemeente,’ hoor ik mezelf routineus uitleggen. Maar diep van binnen wil ik weten of de man kinderen heeft. Of hij goed contact met zijn ex-vrouw heeft. Waarom hij het allemaal zelf moet, of wil, regelen. Is hij eenzaam? 

Gekleed in zwarte broek en zwart overhemd met nonchalant opgerolde hemdsmouwen ziet Wim Brands er sexy en zelfverzekerd uit. Zijn omgang met het publiek, tegen wie hij praat alsof het een oude bekende is, jaagt spontaan mijn hartslag omhoog. Van achter in het zaaltje probeer ik reikhalzend oogcontact met hem te maken, maar er zitten iets te veel grijze duiven in de weg. Is er een vrouw in zijn leven? Ongetwijfeld. En ja hoor, al in een van de eerste zinnen laat hij een dochter vallen met wie hij samen een bloemlezing van de Nederlandse literatuur van na 2000 maakte. Waar een dochter is, is meestal ook een echtgenote. Mijn laatste sprankje hoop boort hij de grond in wanneer hij op liefdevolle toon het gedicht ’s Middags zwem ik in de Noordzee voorleest, dat over de eerste ontmoeting met zijn vrouw gaat. Hartstochtelijk vertelt hij vervolgens over het boekje van zijn opa dat hem tot schrijven inspireerde: Hoe dieren leven. Over het plezier van formuleren, wat schrijven toch eigenlijk is. En hij draagt nog een paar gedichten voor die hij schreef voor eenzame begrafenissen.

Wat zou ik graag verkering met Wim Brands willen. Hij zou me elke avond in slaap lezen met die zachte maar toch krachtige stem met dat krieltje in zijn keel. Zijn armen zouden altijd in zwarte hemdsmouwen gestoken zijn en mij opvangen als ik weer eens viel voor de verkeerde. 

Zucht. De zondagochtend zal nooit meer hetzelfde zijn.




De middag met Wim Brands inspireerde me tot het schrijven van het `Gedicht voor de onbekende klant’

Je hebt voor de dood gekozen

Lamgeslagen door de pijn

Was je alleen toen je het moment koos? 

Of had je iemand naast je? 

Je zaken regelen, je deed het zelf 

Misschien wel om je nabestaanden te ontlasten

Hield het je op de been? 

Ik vond het sterk zoals je handelde

Berustend

Te vroeg liet je los, maar ook op tijd

Je pijn was niet langer te harden

Rust zacht, dappere onbekende klant

Het is je gegund


.


zondag 18 oktober 2015

Scoren




Toen ging het om voetballen. De Grote Markt stond vol met 6500 FC Groningen supporters, die hun club op afstand uitzinnig toejuichden bij het winnen van de beker. Nu gaat het om vluchtelingen. Er staat een mannetje of 1000 schat ik, op de Grote Markt. Ik kom er toevallig langs. Was niet op de hoogte van deze bijeenkomst. Was ik erheen gegaan als ik het wel had geweten? Ik durf het niet te zeggen. De media overvoeren je met sensationele beelden van andermans ellende tot de vluchtelingen je de neus uit komen. Je raakt bijkans immuun voor het persoonlijk leed van mensen in, zacht uitgedrukt, minder fortuinlijke posities. Het draait allemaal om scoren, om kijkcijfers. Ik volg het nieuws niet meer, het maakt me machteloos en depressief. De hete hangijzers krijg je toch wel mee, want iedereen wil zijn betrokkenheid uiten. Via talkshows, social media en collegiale wereldbeschouwingen bij de koffieautomaat. Ook de klanten aan de telefoon bij de semi-overheidsinstelling waar ik als callgirl werk, ventileren ongevraagd hun frustratie: `Wij kunnen onze hypotheken niet meer betalen van onze uitkering, en zíj (die vluchtelingen), krijgen zomaar een huis en geld toe.’ En dat is nog een genuanceerde reactie. 

Maar ook de andere kant van het spectrum blijft me niet bespaard. Een Koerdische vrouw belde huilend met het callcenter. Ze wordt geïntimideerd wordt door haar Turkse voorvrouw. De Koerdische komt uit Irak, waar ze economie studeerde en nu maakt ze schoon in Nederland. Ze wil stoppen met het werk, ze kan de pesterijen, het geschreeuw van de voorvrouw niet meer aan. Op het punt van instorten en niemand om mee te praten.

Jilles met Cruijffschaal
En zelfs bij een optreden van Jilles, The New Voice, op een Zwols terras ontkom ik er niet aan. Sta ik genoeglijk aan een tafel met wat verse vrienden en veel bier, slentert er een clubje licht getinte jongeren voorbij. Een tafelgenote stoot haar vriendin aan. `Kijk, Syriers, (waar ziet ze dat aan?) die lopen gewoon te genieten,’ zegt ze verongelijkt. `Van mij mogen ze,’ antwoordt de vriendin. `Nou...,’ begint de aanstootster. `Ik wil dit gesprek nu niet voeren,’ kapt de vriendin haar meteen af. Godzijdank. Laten we gewoon even genieten. Zolang het kan. Van de prachtige stem van mijn broertje, van het bier, het mooie weer en vooral van ónze vrijheid.

Slechts een kwart van het aantal van de voetbalsupporters staat nu op de Grote Markt. Ondanks het mediabombardement is voetbal nog altijd populairder dan vluchtelingen verwelkomen. De goegemeente vindt het belangrijker dat 11, veel te jong rijk geworden, elkaar verrot schoppende jongetjes een beker naar de stad brengen, dan dat we met zijn allen stilstaan bij de gevolgen van door de wapenindustrie gefinancierde, politieke machtsstrijd en de daaruit voortvloeiende volksverhuizing van onze toekomstige schoonmakers en vuilnismannen. 

Het zou mij niets verbazen als de Grote Markt toen vol stond met dezelfde mensen die nu tegen het opnemen van vluchtelingen protesteren. En de voetballertjes zelf? Als die nou eens voor elke overtreding die ze maken, 10% van hun inkomen afstaan ten bate van de opvang voor vluchtelingen? Of een maand lang een paar gezinnen in hun paleisjes laten wonen? Krijgen ze wat meer realiteitszin en wordt het voetbal meteen een stuk sportiever. En misschien dat ze dan ook nog eens winnen.

maandag 12 oktober 2015

Sterke Verhalen


Als bestuurslid ben ik betrokken bij de stichting SterkeVerhalen. Gastsprekers uit verschillende culturen geven gastlessen (sterke verhalen) op scholen, bij verenigingen, of buurthuizen. Ze vertellen over hun vluchtverhaal, of thema's als eet- en kleedgewoonten, normen en waarden. Het project Sterke Verhalen bestaat al 30 jaar. En nog altijd, en misschien zelfs meer dan ooit, is het nodig dat mensen uit andere culturen ons laten zien dat we als mensen meer overeenkomsten hebben dan verschillen (Twana Salim). 

De groep gastsprekers bestaat uit onder meer: een maatschappijkritische dichter uit Suriname, een mode-ontwerpster uit Zambia, een ex-minister van economische zaken uit Georgië, een Palestijnse vrijheidsstrijder en filmproducent, een leraar Engels uit Irak en een hooggeplaatste ambtenaar uit Congo, een Syrische, die nu fungeert als tolk. Het zijn liefdesmigranten en vluchtelingen, die hier al jaren wonen en volwaardig lid zijn van de Nederlandse samenleving. Al komen ze niet aan het werk op hun eigen niveau en loopt de ex-minister noodgedwongen een krantenwijk. De gastsprekers zetten zich met hart en ziel in als vrijwilliger voor maatschappelijke doelen en organisaties. 

Het bestuur van de stichting Sterke Verhalen bestaat uit vier betrokken Nederlanders. Dat heeft me weleens een ongemakkelijk gevoel bezorgd. Alsof wij superieur zijn en het allemaal beter weten.


Ik mag de gastsprekers op zondagmiddag een workshop geven over social media. Alsof ik er verstand van heb. Omdat we het bestuur ontbinden en de groep het roer laten overnemen, moeten we eerst uitgebreid overleggen. Over de nieuwe taakverdeling. Er lijkt niemand in de groep te zijn, die de belangrijkste rollen van penningmeester en coördinator op zich wil nemen. Wij, de Nederlandse bestuurders, hameren herhaaldelijk op het belang van die rollen. Tot Twana, uit Irak, lachend uitroept: `Dat is jullie cultuur. Wij doen het op onze manier.’ Ik voel me betrapt, maar haal opgelucht adem. Er zijn meerdere wegen die naar Sterke Verhalen leiden. Je moet ze alleen wíllen bewandelen. Twana wordt bijgevallen door Samir. `Natuurlijk willen we jullie mooie Kaaskoppen er nog wel bij betrekken,’ flirt hij met zijn Oosterse charme.

Een lesje in loslaten. En dan moet ik mijn workshop nog geven. Ik laat de deelnemers een elevator pitch schrijven. Met als opdracht: Waarom moet een schoolklas jouw verhaal horen? Hoe verkoop je jezelf als verhalenverteller? De Palestijnse Samir is net in het Midden Oosten geweest om vrede te stichten. Tevergeefs. Zijn vrouw heeft zichzelf ternauwernood uit een executie kunnen lullen, door met een Nederlands paspoort te schermen, dat ze (nog) niet heeft. Haar Palestijnse paspoort is ingenomen. Ze is haar vaderland kwijt.

Samirs pitch

`Gefeliciteerd! Gefeliciteerd met jullie vrijheid. Jullie hebben ervoor moeten vechten, maar jullie hebben gewonnen en de democratie ervoor terug gekregen. Dat willen wij ook, vrijheid en democratie. En daar wil ik graag met jullie over praten.’ En een lesje in nederigheid. Wat weten wij er nou helemaal van? Niet vrij te zijn? Het is hoog tijd dat het bestuur zichzelf opheft en het aan de mensen overlaat die het allemaal beleefd hebben.